schub
zelfstandig naamwoord, werkwoord /sxʏp/Betekenis
- een van meerdere overlappende plaatjes van keratine die aan een kant vastzitten en zo een oppervlak bedekken
Hoe spreek je schub uit?
/sxʏp/
Schub bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ʏ | put |
| p | pak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schubben | meervoud |
| schubje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schubjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een aanval van een ziekte b.v. van MS
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schubje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schubjes | verkleinwoord, meervoud |
| schubs | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schubben
- gebiedende wijs van schubben
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schubben
Vervoeging van schub
schubhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘plaatje op bv. vissenhuid’ voor het eerst aangetroffen in 1480
Woordfamilie van schub
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schubje | verkleinwoord | schub |
| schubjes | verkleinwoord meervoud | schub |
| schubs | meervoud | schub |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schub zijn vastgelegd.