club
zelfstandig naamwoord, werkwoord klʏpBetekenis
- een besloten gemeenschap waarin de leden hun gemeenschappelijke belangen van niet economische aard behartigen
- clubfauteuil
- slaginstrument voor het golfspel, golfclub
Hoe spreek je club uit?
/klʏp/
Club bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ʏ | put |
| p | pak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| clubje | verkleinwoord, enkelvoud |
| clubjes | verkleinwoord, meervoud |
| clubs | meervoud |
| cluppie | verkleinwoord, enkelvoud |
| cluppies | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- slaginstrument voor het golfspel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| clubje | verkleinwoord, enkelvoud |
| clubjes | verkleinwoord, meervoud |
| clubs | meervoud |
| cluppie | verkleinwoord, enkelvoud |
| cluppies | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van clubben
- gebiedende wijs van clubben
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van clubben
Vervoeging van club
clubhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vereniging’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1800
Woordfamilie van club
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| clubje | verkleinwoord | club |
| clubjes | verkleinwoord meervoud | club |
| clubs | meervoud | club |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van club zijn vastgelegd.