schubdier
zelfstandig naamwoord ˈsxʏbdirBetekenis
- lid van een familie van zoogdieren uit de orde der schubdierachtigen (Pholidota) en voorkomend in Afrika en Zuid-Azië
Hoe spreek je schubdier uit?
/ˈsxʏbdir/
Schubdier bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ʏ | put |
| b | bak |
| d | dak |
| i | riet |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- benaming voor zoogdieren uit de familie Manidae in de orde der schubdierachtigen (Pholidota) en voorkomend in Afrika en Zuid-Azië
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schubdieren | meervoud |
| schubdiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schubdiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schub zn en dier zn , in de betekenis van ‘insecten etend zoogdier’ aangetroffen vanaf 1761
Woordfamilie van schubdier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schubdiertje | verkleinwoord | schubdier |
| schubdiertjes | verkleinwoord meervoud | schubdier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schubdier zijn vastgelegd.