Naar de inhoud

schrooien

besnoeien, afsnijden

schrooien is meer dan één woord

schrooien

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. besnoeien, afsnijden
  2. met behulp van een sneldraaiend freesmes bijwerken van de kanten van de zool en de hak
  3. het met draaiende bewegingen verder uitboren van het gat in de klomp
  4. het laden van rondhout
  5. vaten of andere rolronde voorwerpen met behulp van touwen die er los omgeslagen zijn langs schuine liggers aflaten of ophalen
  6. zijwaarts afwijken of afglijden

Vervoeging van schrooien

schrooienhele werkwoord — schrooideverleden tijd enkelvoud — schrooidenverleden tijd meervoud — geschrooidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schrooi schrooide
jij schrooit schrooide
hij, zij, het schrooit schrooide
wij schrooien schrooiden
jullie schrooien schrooiden
zij schrooien schrooiden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geschrooid verleden tijd, deelwoord
geschrooid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschrooid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschrooid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschrooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschrooid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschrooid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschrooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschrooid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschrooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschrooid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschrooid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschrooid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschrooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschrooid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschrooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschrooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschrooid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schrooi gebiedende wijs
schrooide verleden tijd
schrooie aanvoegende wijs
schrooiend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschrooid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schrooien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schrooien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschrooid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschrooid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschrooid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schrooien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schrooien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schrooien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschrooid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschrooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschrooid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schrooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schrooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schrooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschrooid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschrooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschrooid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schrooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schrooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schrooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschrooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schrooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschrooid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschrooid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschrooid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schrooien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schrooien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schrooien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schrooien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschrooid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schrooien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schrooi

Herkomst

Komt van het Middelnederlandse scroden (snijden).

Woordfamilie van schrooien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschrooid voltooid deelwoord schrooien
geschrooide woordvorm schrooien
schrooi gebiedende wijs schrooien
schrooide verleden tijd schrooien
schrooiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schrooien
schrooie aanvoegende wijs schrooien
schrooiend onvoltooid deelwoord schrooien
schrooiende woordvorm schrooien
schrooit aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schrooien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schrooien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schrooien

Wat betekent schrooien?
Schrooien is een werkwoord. Het woord betekent: besnoeien, afsnijden. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je schrooien?
Je vervoegt schrooien als volgt: de tegenwoordige tijd is schrooi, de verleden tijd is schrooide en het voltooid deelwoord is geschrooid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schrooien is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. O 1
  6. O 1
  7. I 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schrooien levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. O 1
  6. O 1
  7. I 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schrooien in het kort

schrooien is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van schrooien zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schrooien bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schrooien: besnoeien, afsnijden
Deel schrooien — standaardnederlands.nl