schild
zelfstandig naamwoord /sxɪlt/Betekenis
- een voorwerp dat als afweer tegen de aanval van de vijand voor zich gehouden wordt
- harde buitenkant die het lichaam van sommige dieren beschermt
- bord met een opschrift
Hoe spreek je schild uit?
/sxɪlt/
Schild bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| l | land |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — neuter
- harde buitenkant die de rest van het lichaam van sommige dieren beschermt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schilden | meervoud |
| schildje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schildjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘verdedigingswapen, plaat’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van schild
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schildje | verkleinwoord | schild |
| schildjes | verkleinwoord meervoud | schild |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schild zijn vastgelegd.