schildpad
zelfstandig naamwoord ˈsxɪltpɑtBetekenis
- een reptiel waarvan het lichaam omsloten wordt door een verhard rug- en buikschild
- een materiaal dat ter decoratie gebruikt in onder andere sieraden en meubelen, afkomstig van het schild van bepaalde schildpadden
Hoe spreek je schildpad uit?
/ˈsxɪltpɑt/
Schildpad bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| l | land |
| t | tak |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- / orde van reptielen waarvan het voornaamste kenmerk is dat het lichaam omsloten wordt door een verhard rug- en buikschild feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schildpadden | meervoud |
| schildpadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schildpadjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘schildpadachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1611
Woordfamilie van schildpad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schildpadje | verkleinwoord | schildpad |
| schildpadjes | verkleinwoord meervoud | schildpad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schildpad zijn vastgelegd.