schildwacht
zelfstandig naamwoord ˈsxɪltwɑxtBetekenis
- iemand die op een bepaalde post op de wacht houdt
Hoe spreek je schildwacht uit?
/ˈsxɪltwɑxt/
Schildwacht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| l | land |
| t | tak |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schildwachten | meervoud |
| schildwachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schildwachtjes | verkleinwoord, meervoud |
| schildwachts | meervoud |
Herkomst
samenstelling van schild en wacht
Woordfamilie van schildwacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schildwachten | meervoud | schildwacht |
| schildwachtje | verkleinwoord | schildwacht |
| schildwachtjes | verkleinwoord meervoud | schildwacht |
| schildwachts | meervoud | schildwacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schildwacht zijn vastgelegd.