scheef
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord /sxeːf/Betekenis
- niet recht, niet onder een rechte hoek
- verkeerd, onjuist
- (vlas- en hennepbewerking) stukje houtpijp, houtachtig afvaldeeltje van een vlas- of hennepstengel (in tegenstelling tot de vezels)
Hoe spreek je scheef uit?
/sxef/
Scheef bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| e | veel |
| f | fiets |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheefs | partitief, stellende trap |
| scheefst | onverbogen, overtreffende trap |
| scheefste | verbogen, overtreffende trap |
| scheve | verbogen, stellende trap |
| schever | onverbogen, vergrotende trap |
| schevere | verbogen, vergrotende trap |
| schevers | partitief, vergrotende trap |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- stukje houtpijp, houtachtig afvaldeeltje van een vlas- of hennepstengel (in tegenstelling tot de vezels)
Herkomst
In de betekenis van ‘schuin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Woordfamilie van scheef
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheefje | woordvorm | scheef |
| scheefjes | meervoud | scheef |
| scheefs | partitive, positive | scheef |
| scheefst | uninflected, superlative | scheef |
| scheefste | inflected, superlative | scheef |
| scheve | verbogen vorm | scheef |
| scheven | meervoud | scheef |
| schever | vergrotende trap | scheef |
| schevere | verbogen vergrotende trap | scheef |
| schevers | partitieve vergrotende trap | scheef |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheef zijn vastgelegd.