Naar de inhoud

scheefgroeien

op een verkeerde wijze groeien, tot iets scheefs verworden

scheefgroeien

werkwoord

Betekenis

  1. op een verkeerde wijze groeien, tot iets scheefs verworden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van scheefgroeien

scheefgroeienhele werkwoord — groeide scheefverleden tijd enkelvoud — groeiden scheefverleden tijd meervoud — scheefgegroeidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik groei scheef groeide scheef
jij groeit scheef groeide scheef
hij, zij, het groeit scheef groeide scheef
wij groeien scheef groeiden scheef
jullie groeien scheef groeiden scheef
zij groeien scheef groeiden scheef
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben scheefgegroeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent scheefgegroeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
groei scheef gebiedende wijs
groeide scheef verleden tijd
is scheefgegroeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is scheefgegroeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
scheef te groeien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
scheef te zullen groeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
scheef zal groeien bijzin, toekomende tijd
scheef zou groeien bijzin, voorwaardelijk
scheef zouden groeien bijzin, voorwaardelijk
scheef zoudt groeien bijzin, voorwaardelijk
scheef zullen groeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
scheef zullen groeien bijzin, toekomende tijd
scheef zult groeien bijzin, toekomende tijd
scheefgegroeid verleden tijd, deelwoord
scheefgegroeid te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
scheefgegroeid zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
scheefgroei bijzin, tegenwoordige tijd
scheefgroeide bijzin, verleden tijd
scheefgroeiden bijzin, verleden tijd
scheefgroeiend onvoltooid, deelwoord
scheefgroeit bijzin, tegenwoordige tijd
te zijn scheefgegroeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen scheefgroeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart scheefgegroeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren scheefgegroeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren scheefgegroeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren scheefgegroeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was scheefgegroeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was scheefgegroeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was scheefgegroeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal scheefgegroeid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal scheefgegroeid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal scheefgegroeid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal scheefgroeien bijzin, toekomende tijd
zijn scheefgegroeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn scheefgegroeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn scheefgegroeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn scheefgegroeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt scheefgegroeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou scheefgegroeid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou scheefgegroeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou scheefgegroeid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou scheefgroeien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) scheefgroeien scheef zou(dt) groeien bijzin, voorwaardelijk
zouden scheefgegroeid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden scheefgegroeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden scheefgegroeid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden scheefgroeien bijzin, voorwaardelijk
zoudt scheefgegroeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt scheefgroeien bijzin, voorwaardelijk
zullen scheefgegroeid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen scheefgegroeid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen scheefgegroeid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen scheefgroeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen scheefgroeien bijzin, toekomende tijd
zult scheefgegroeid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult scheefgroeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult scheefgroeien bijzin, toekomende tijd
zult/zal scheefgroeien scheef zult/zal groeien bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van scheef en groeien

Woordfamilie van scheefgroeien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
groei scheef gebiedende wijs scheefgroeien
groeide scheef verleden tijd scheefgroeien
groeiden scheef aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon scheefgroeien
groeie scheef woordvorm scheefgroeien
groeien scheef aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon scheefgroeien
groeit scheef aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon scheefgroeien
scheefgegroeid voltooid deelwoord scheefgroeien
scheefgegroeide woordvorm scheefgroeien
scheefgroei subordinate-clause, tegenwoordige tijd scheefgroeien
scheefgroeide subordinate-clause, verleden tijd scheefgroeien
scheefgroeiden subordinate-clause, verleden tijd scheefgroeien
scheefgroeie with-subordinate-clause scheefgroeien
scheefgroeiend onvoltooid deelwoord scheefgroeien
scheefgroeiende woordvorm scheefgroeien
scheefgroeit subordinate-clause, tegenwoordige tijd scheefgroeien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheefgroeien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over scheefgroeien

Wat betekent scheefgroeien?
Scheefgroeien is een werkwoord. Het woord betekent: op een verkeerde wijze groeien, tot iets scheefs verworden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je scheefgroeien?
Je vervoegt scheefgroeien als volgt: het voltooid deelwoord is scheefgegroeid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord scheefgroeien is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. E 1
  5. E 1
  6. F 4
  7. G 3
  8. R 2
  9. O 1
  10. E 1
  11. I 1
  12. E 1
  13. N 1
  14. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

scheefgroeien levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. E 1
  5. E 1
  6. F 4
  7. G 3
  8. R 2
  9. O 1
  10. E 1
  11. I 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 zonder bonus
  15. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

scheefgroeien in het kort

scheefgroeien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van scheefgroeien zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort scheefgroeien bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

scheefgroeien: op een verkeerde wijze groeien, tot iets scheefs verworden
Deel scheefgroeien — standaardnederlands.nl