Naar de inhoud

schaatsen

zich voortbewegen op schaatsen

schaatsen is meer dan één woord

schaatsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsxatsə(n)

Betekenis

  1. zich voortbewegen op schaatsen
  2. zich op schaatsen ergens heenbewegen
  3. het zich als vermaak voortbewegen op schaatsen (al dan niet op ijs)

Hoe spreek je schaatsen uit?

/ˈsxatsən/

Schaatsen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsxatsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
a maan
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van schaatsen

schaatsenhele werkwoord — schaatsteverleden tijd enkelvoud — schaatstenverleden tijd meervoud — geschaatstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schaats schaatste
jij schaatst schaatste
hij, zij, het schaatst schaatste
wij schaatsen schaatsten
jullie schaatsen schaatsten
zij schaatsen schaatsten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geschaatst verleden tijd, deelwoord
geschaatst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschaatst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschaatst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschaatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschaatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschaatst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschaatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschaatst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschaatst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschaatst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschaatst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschaatst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschaatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschaatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschaatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschaatst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschaatst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schaats gebiedende wijs
schaatse aanvoegende wijs
schaatsend onvoltooid, deelwoord
schaatste verleden tijd
te hebben geschaatst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schaatsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schaatsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschaatst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschaatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschaatst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschaatst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschaatst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschaatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschaatst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schaatsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschaatst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schaatsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schaats

Woordfamilie van schaatsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschaatst voltooid deelwoord schaatsen
geschaatste woordvorm schaatsen
schaatse aanvoegende wijs schaatsen
schaatsend onvoltooid deelwoord schaatsen
schaatsende woordvorm schaatsen
schaatst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schaatsen
schaatste verleden tijd schaatsen
schaatsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schaatsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaatsen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schaatsen

Hoe spreek je schaatsen uit?
De uitspraak van schaatsen is: /ˈsxatsə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent schaatsen?
Schaatsen is een werkwoord. Het woord betekent: zich voortbewegen op schaatsen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je schaatsen?
Je vervoegt schaatsen als volgt: de tegenwoordige tijd is schaats, de verleden tijd is schaatste en het voltooid deelwoord is geschaatst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op schaatsen?

Op schaatsen rijmen 5 woorden, onder andere plaatsen, aanlegplaatsen en handelsplaatsen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op schaatsen, uitspraak ˈsxatsən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
plaatsen 2
aanlegplaatsen 4
handelsplaatsen 4
overlijdensplaatsen 6
voetgangersoversteekplaatsen 8

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schaatsen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. A 1
  6. T 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schaatsen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. A 1
  6. T 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schaatsen in het kort

schaatsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van schaatsen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schaatsen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schaatsen: zich voortbewegen op schaatsen
Deel schaatsen — standaardnederlands.nl