plaatsen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈplatsə(n)Betekenis
- op een bepaalde plaats zetten
- zich ~ voor: aan een kwalificatie voldoen waardoor men toegelaten wordt tot een bepaalde wedstrijd
Hoe spreek je plaatsen uit?
/ˈplatsən/
Plaatsen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van plaatsen
plaatsenhele werkwoord — plaatsteverleden tijd enkelvoud — plaatstenverleden tijd meervoud — geplaatstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | plaats | plaatste |
| jij | plaatst | plaatste |
| hij, zij, het | plaatst | plaatste |
| wij | plaatsen | plaatsten |
| jullie | plaatsen | plaatsten |
| zij | plaatsen | plaatsten |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geplaatst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geplaatst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geplaatst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geplaatst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geplaatst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geplaatst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geplaatst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geplaatst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geplaatst | verleden tijd, deelwoord |
| geplaatst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geplaatst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geplaatst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplaatst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplaatst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplaatst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geplaatst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geplaatst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geplaatst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geplaatst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geplaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geplaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geplaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geplaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplaatst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| plaats | gebiedende wijs |
| plaats me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| plaats u/je , plaatst je | gebiedende wijs |
| plaatse | aanvoegende wijs |
| plaatse zich | aanvoegende wijs |
| plaatsen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| plaatsen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| plaatsen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| plaatsend | onvoltooid, deelwoord |
| plaatst je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| plaatst u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| plaatst u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| plaatst zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| plaatst zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| plaatst zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| plaatste | verleden tijd |
| plaatste je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| plaatste me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| plaatste u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| plaatste u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| plaatste zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| plaatste zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| plaatste zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| plaatsten je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| plaatsten ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| plaatsten zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| te hebben geplaatst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te plaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen plaatsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geplaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geplaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geplaatst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geplaatst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geplaatst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geplaatst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geplaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplaatst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me plaatsen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal plaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal plaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal plaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich plaatsen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je plaatsen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich geplaatst hebben | verleden tijd |
| zich plaatsend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geplaatst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou plaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou plaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou plaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden plaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden plaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden plaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geplaatst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geplaatst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt plaatsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplaatst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geplaatst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord plaats
Woordfamilie van plaatsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plaatsend | onvoltooid deelwoord | plaatsen |
| plaatsende | woordvorm | plaatsen |
| plaatst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | plaatsen |
| plaatste | verleden tijd | plaatsen |
| plaatsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | plaatsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plaatsen zijn vastgelegd.