schaatsploeg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- groep van 3 schaatsers die samen meedoen aan de ploegenachtervolging
- een groep schaatsers die onder een gezamenlijke omkadering deelnemen aan schaatswedstrijden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaatsploegen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van schaatsen ww en ploeg zn
Woordfamilie van schaatsploeg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaatsploegen | meervoud | schaatsploeg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaatsploeg zijn vastgelegd.