salamander
zelfstandig naamwoord ˌsalaˈmɑndərBetekenis
- een gewerveld dier dat behoort tot de amfibieën en meestal vier poten en een staart heeft
Hoe spreek je salamander uit?
/ˌsalaˈmɑndər/
Salamander bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| a | maan |
| l | land |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor dieren uit de orde Caudata, die met vier poten en een grote staat wel op hagedissen lijken, maar daarvan verschillen door een gladde huid, zonder schubben of haren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| salamanders | meervoud |
| salamandertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| salamandertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
[1] via Middelnederlands salamander van Oudfrans salamandre of direct uit Latijn salamandra dat teruggaat op Oudgrieks σαλαμάνδρα (salamándra), cognaat met Perzisch سمندر (samandar); in de betekenis van ‘tweeslachtig dier’ aangetroffen vanaf 1287
Woordfamilie van salamander
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| salamandertje | verkleinwoord | salamander |
| salamandertjes | verkleinwoord meervoud | salamander |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van salamander zijn vastgelegd.