zander
zelfstandig naamwoord ˈzɑndərBetekenis
- een roofvis die ook in de Benelux voorkomt
Hoe spreek je zander uit?
/ˈzɑndər/
Zander bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor de zoetwatervis Sander lucioperca, een roofvis die ook in de Benelux voorkomt obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zanders | meervoud |
Herkomst
van Duits Zander, vermoedelijk cognaat met zand
Woordfamilie van zander
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zanders | meervoud | zander |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zander zijn vastgelegd.