brander
zelfstandig naamwoord ˈbrɑndərBetekenis
- een apparaat dat een bepaalde vorm aan een vlam geeft
- een (onderdeel van een) apparaat dat digitale informatie op een cd, dvd of blu-ray kan vastleggen
- een schip gevuld met teer en explosieven dat met opzet aangestoken wordt en dan in de richting van een vijandige vloot gestuurd wordt
- iemand die iets bewerkt door middel van branden
Hoe spreek je brander uit?
/ˈbrɑndər/
Brander bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| branders | meervoud |
| brandertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| brandertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van de werkwoordstam van branden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van brander
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| branders | meervoud | brander |
| brandertje | verkleinwoord | brander |
| brandertjes | verkleinwoord meervoud | brander |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brander zijn vastgelegd.