ritsen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrɪtsə(n)Betekenis
- om beurten invoegen zoals de tanden van een rits
- het openen of sluiten van een rits
Hoe spreek je ritsen uit?
/ˈrɪtsən/
Ritsen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- openen of sluiten van een rits transitive
- met een hard en puntig voorwerp in een zachter oppervlak krassen (van runnen of symbolen) transitive
Vervoeging van ritsen
ritsenhele werkwoord — ritsteverleden tijd enkelvoud — ritstenverleden tijd meervoud — geritstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rits | ritste |
| jij | ritst | ritste |
| hij, zij, het | ritst | ritste |
| wij | ritsen | ritsten |
| jullie | ritsen | ritsten |
| zij | ritsen | ritsten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geritst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geritst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geritst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geritst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geritst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geritst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geritst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geritst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geritst | verleden tijd, deelwoord |
| geritst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geritst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geritst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geritst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geritst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geritst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geritst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geritst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geritst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geritst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geritst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geritst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geritst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geritst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geritst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geritst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geritst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geritst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rits | gebiedende wijs |
| ritse | aanvoegende wijs |
| ritsend | onvoltooid, deelwoord |
| ritste | verleden tijd |
| te hebben geritst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ritsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ritsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geritst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geritst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geritst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geritst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geritst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geritst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geritst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geritst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geritst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geritst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geritst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geritst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geritst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geritst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geritst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geritst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geritst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geritst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geritst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geritst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geritst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geritst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geritst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geritst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geritst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geritst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geritst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geritst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geritst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geritst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geritst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geritst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geritst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geritst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geritst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geritst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geritst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geritst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geritst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geritst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geritst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geritst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geritst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geritst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geritst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geritst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ritsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geritst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geritst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geritst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ritsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord rits
Woordfamilie van ritsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geritst | voltooid deelwoord | ritsen |
| geritste | woordvorm | ritsen |
| ritse | aanvoegende wijs | ritsen |
| ritsend | onvoltooid deelwoord | ritsen |
| ritsende | woordvorm | ritsen |
| ritst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ritsen |
| ritste | verleden tijd | ritsen |
| ritsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ritsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ritsen zijn vastgelegd.