Naar de inhoud

ritselen

een zacht ruisend geluid doen horen

ritselen

werkwoord

Betekenis

  1. een zacht ruisend geluid doen horen
  2. op informele wijze regelen

Vervoeging van ritselen

ritselenhele werkwoord — ritseldeverleden tijd enkelvoud — ritseldenverleden tijd meervoud — geritseldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ritsel ritselde
jij ritselt ritselde
hij, zij, het ritselt ritselde
wij ritselen ritselden
jullie ritselen ritselden
zij ritselen ritselden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geritseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geritseld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geritseld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geritseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geritseld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geritseld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geritseld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geritseld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geritseld verleden tijd, deelwoord
geritseld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geritseld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geritseld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geritseld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geritseld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geritseld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geritseld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geritseld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geritseld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geritseld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geritseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geritseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geritseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geritseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geritseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geritseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geritseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geritseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ritsel gebiedende wijs
ritselde verleden tijd
ritsele aanvoegende wijs
ritselend onvoltooid, deelwoord
te hebben geritseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ritselen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ritselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geritseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geritseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geritseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geritseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geritseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geritseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geritseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geritseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geritseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geritseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geritseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geritseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geritseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geritseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geritseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geritseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geritseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geritseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geritseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geritseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geritseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geritseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geritseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geritseld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geritseld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ritselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ritselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ritselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geritseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geritseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geritseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geritseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geritseld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geritseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geritseld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ritselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ritselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ritselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geritseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geritseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geritseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geritseld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geritseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geritseld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ritselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ritselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ritselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geritseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geritseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ritselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geritseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geritseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geritseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geritseld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geritseld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geritseld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ritselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ritselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ritselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ritselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geritseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geritseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geritseld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ritselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘een zacht, onregelmatig geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1644

Woordfamilie van ritselen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geritseld voltooid deelwoord ritselen
geritselde woordvorm ritselen
ritsel gebiedende wijs ritselen
ritselde verleden tijd ritselen
ritselden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ritselen
ritsele aanvoegende wijs ritselen
ritselt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ritselen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ritselen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over ritselen

Wat is de betekenis van ritselen?
Ritselen is een werkwoord. De betekenis is: een zacht ruisend geluid doen horen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ritselen?
Zo vervoeg je ritselen zo: de tegenwoordige tijd is ritsel, de verleden tijd is ritselde en het voltooid deelwoord is geritseld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ritselen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. I 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ritselen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ritselen in het kort

ritselen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ritselen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ritselen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ritselen: een zacht ruisend geluid doen horen
Deel ritselen — standaardnederlands.nl