rijst
zelfstandig naamwoord, werkwoord /rɛi̯st/Betekenis
- de meest verbouwde rijstsoort ()
- zaden van de rijstplant
Hoe spreek je rijst uit?
/rɛist/
Rijst bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- graan van het geslacht Oryza
- de meest verbouwde rijstsoort (Oryza sativa)
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijzen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijzen
- gebiedende wijs meervoud van rijzen
Vervoeging van rijst
rijsthele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘graansoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1252