gierst
zelfstandig naamwoord ɣirstBetekenis
- graan van het geslacht Panicum
- Thans vooral in Azië en Afrika verbouwd.
Hoe spreek je gierst uit?
/xirst/
Gierst bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| i | riet |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- plant van het geslacht Panicum
- graansoort Panicum miliaceum soort graan met fijne korrels, een historisch belangrijk graangewas in Europa, vóór de introductie van de aardappel. Thans vooral in Azië en Afrika verbouwd
- zaden van graansoort Panicum miliaceum
Herkomst
De oorspronkelijke vorm was tot voor kort nog te vinden in de dialecten, o.m. als herse, heerze, vergelijk Middelnederlands heerse, herse, : uit Germaans *hersja-, *hersjan- m. De standaard-Nederlandse vorm gierst, in de betekenis van ‘graangewas’ aangetroffen vanaf 1577 is waarschijnlijk gecontamineerd met de benaming voor een andere graansoort: gerst.