rijsttafel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een combinatie van rijstschotels en bijgerechten afkomstig uit de koloniale keuken van het eertijdse Nederlands-Indië
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijsttafels | meervoud |
| rijsttafeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rijsttafeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijsttafelen
- gebiedende wijs van rijsttafelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijsttafelen
Vervoeging van rijsttafel
rijsttafelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘hoofdmaaltijd met rijst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1883
Woordfamilie van rijsttafel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijsttafels | meervoud | rijsttafel |
| rijsttafeltje | verkleinwoord | rijsttafel |
| rijsttafeltjes | verkleinwoord meervoud | rijsttafel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijsttafel zijn vastgelegd.