haver
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een éénjarige plant die behoort tot de Grassenfamilie en die tevens een graansoort is
- hebben
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- éénjarig graangewas Avena sativa dat behoort tot de Grassenfamilie
- zaden van het graangewas Avena sativa
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (havers) | meervoud |
| (havertje) | verkleinwoord, enkelvoud |
| (havertjes) | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘korensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1280
Woordfamilie van haver
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| havers | meervoud | haver |
| havertje | woordvorm | haver |
| havertjes | meervoud | haver |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van haver zijn vastgelegd.