gording
zelfstandig naamwoordBetekenis
- houten dwarsbalk of ligger aangebracht in de lengterichting van kap of dak waarmee de zaak in verband gehouden wordt
- lopend touw waarmee men zeilen tegen hun rondhouten ophaalt, om de windvang te verminderen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gordingen | meervoud |
| gordings | meervoud |
| gordinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gordinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van gorden met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van gording
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gordingen | meervoud | gording |
| gordings | meervoud | gording |
| gordinkje | verkleinwoord | gording |
| gordinkjes | verkleinwoord meervoud | gording |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gording zijn vastgelegd.