grootzeil
zelfstandig naamwoordBetekenis
- in de klassieke zeilvaart de onderste, grootste zeil aan de grote mast
- in de moderne zeilvaart het zeil bevestigd met het voorlijk aan de achterkant van de (grootste) mast
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grootzeilen | meervoud |
| grootzeiltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grootzeiltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van groot en zeil
Woordfamilie van grootzeil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grootzeilen | meervoud | grootzeil |
| grootzeiltje | verkleinwoord | grootzeil |
| grootzeiltjes | verkleinwoord meervoud | grootzeil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grootzeil zijn vastgelegd.