Naar de inhoud

rechtspreken

een gerechtelijke uitspraak doen

rechtspreken

werkwoord

Betekenis

  1. een gerechtelijke uitspraak doen

Vervoeging van rechtspreken

rechtsprekenhele werkwoord — sprak rechtverleden tijd enkelvoud — spraken rechtverleden tijd meervoud — rechtgesprokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spreek recht sprak recht
jij spreekt recht spraakt recht
hij, zij, het spreekt recht sprak recht
wij spreken recht spraken recht
jullie spreken recht spraken recht
zij spreken recht spraken recht
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had rechtgesproken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had rechtgesproken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had rechtgesproken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden rechtgesproken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden rechtgesproken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden rechtgesproken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt rechtgesproken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb rechtgesproken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rechtgesproken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben rechtgesproken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rechtgesproken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben rechtgesproken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt rechtgesproken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rechtgesproken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rechtgesproken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
recht te spreken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
recht te zullen spreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
recht zal spreken bijzin, toekomende tijd
recht zou spreken bijzin, voorwaardelijk
recht zouden spreken bijzin, voorwaardelijk
recht zoudt spreken bijzin, voorwaardelijk
recht zullen spreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
recht zullen spreken bijzin, toekomende tijd
recht zult spreken bijzin, toekomende tijd
rechtgesproken verleden tijd, deelwoord
rechtgesproken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
rechtgesproken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
rechtspraakt bijzin, verleden tijd
rechtsprak bijzin, verleden tijd
rechtspraken bijzin, verleden tijd
rechtspreek bijzin, tegenwoordige tijd
rechtspreekt bijzin, tegenwoordige tijd
rechtsprekend onvoltooid, deelwoord
sprak recht verleden tijd
spreek recht gebiedende wijs
te hebben rechtgesproken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rechtspreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal rechtgesproken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rechtgesproken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal rechtgesproken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal rechtspreken bijzin, toekomende tijd
zou rechtgesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rechtgesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rechtgesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou rechtspreken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) rechtspreken recht zou(dt) spreken bijzin, voorwaardelijk
zouden rechtgesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden rechtgesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden rechtgesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden rechtspreken bijzin, voorwaardelijk
zoudt rechtgesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt rechtspreken bijzin, voorwaardelijk
zullen rechtgesproken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen rechtgesproken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen rechtgesproken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rechtspreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen rechtspreken bijzin, toekomende tijd
zult rechtgesproken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rechtspreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult rechtspreken bijzin, toekomende tijd
zult/zal rechtspreken recht zult/zal spreken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van recht en spreken

Woordfamilie van rechtspreken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
rechtgesproken voltooid deelwoord rechtspreken
rechtsprak subordinate-clause, verleden tijd rechtspreken
rechtspreek subordinate-clause, tegenwoordige tijd rechtspreken
rechtspreekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd rechtspreken
rechtspreke with-subordinate-clause rechtspreken
rechtsprekend onvoltooid deelwoord rechtspreken
rechtsprekende woordvorm rechtspreken
spraakt recht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon rechtspreken
sprak recht verleden tijd rechtspreken
spraken recht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rechtspreken
spreek recht gebiedende wijs rechtspreken
spreekt recht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rechtspreken
spreke recht woordvorm rechtspreken
spreken recht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon rechtspreken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechtspreken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over rechtspreken

Wat betekent rechtspreken?
Rechtspreken is een werkwoord. Het woord betekent: een gerechtelijke uitspraak doen.
Hoe vervoeg je rechtspreken?
Je vervoegt rechtspreken als volgt: het voltooid deelwoord is rechtgesproken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rechtspreken is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. S 2
  7. P 3
  8. R 2
  9. E 1
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rechtspreken levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. S 2
  7. P 4
  8. R 2
  9. E 1
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 28 zonder bonus
  14. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rechtspreken in het kort

rechtspreken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van rechtspreken zijn 47 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort rechtspreken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

rechtspreken: een gerechtelijke uitspraak doen
Deel rechtspreken — standaardnederlands.nl