Naar de inhoud

fulmineren

razen, tekeergaan, tieren

fulmineren

werkwoord

Betekenis

  1. razen, tekeergaan, tieren
  2. feestelijk verlichten, illumineren
  3. knallen, ploffen

Vervoeging van fulmineren

fulminerenhele werkwoord — fulmineerdeverleden tijd enkelvoud — fulmineerdenverleden tijd meervoud — gefulmineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik fulmineer fulmineerde
jij fulmineert fulmineerde
hij, zij, het fulmineert fulmineerde
wij fulmineren fulmineerden
jullie fulmineren fulmineerden
zij fulmineren fulmineerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
fulmineer gebiedende wijs
fulmineerde verleden tijd
fulminere aanvoegende wijs
fulminerend onvoltooid, deelwoord
gefulmineerd verleden tijd, deelwoord
gefulmineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefulmineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefulmineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefulmineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefulmineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefulmineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefulmineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefulmineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefulmineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefulmineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefulmineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefulmineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefulmineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefulmineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefulmineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefulmineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefulmineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te fulmineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefulmineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen fulmineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefulmineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefulmineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefulmineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefulmineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefulmineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefulmineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefulmineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefulmineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefulmineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefulmineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen fulmineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefulmineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefulmineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefulmineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult fulmineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefulmineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘heftig uitvaren’ voor het eerst aangetroffen in 1574

Woordfamilie van fulmineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fulmineer gebiedende wijs fulmineren
fulmineerde verleden tijd fulmineren
fulmineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon fulmineren
fulmineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon fulmineren
fulminere aanvoegende wijs fulmineren
fulminerend onvoltooid deelwoord fulmineren
fulminerende woordvorm fulmineren
gefulmineerd voltooid deelwoord fulmineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fulmineren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over fulmineren

Wat betekent fulmineren?
Fulmineren is een werkwoord. Het woord betekent: razen, tekeergaan, tieren. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je fulmineren?
Je vervoegt fulmineren als volgt: de tegenwoordige tijd is fulmineer, de verleden tijd is fulmineerde en het voltooid deelwoord is gefulmineerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord fulmineren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. U 4
  3. L 3
  4. M 3
  5. I 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

fulmineren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. U 2
  3. L 3
  4. M 3
  5. I 2
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

fulmineren in het kort

fulmineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van fulmineren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort fulmineren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

fulmineren: razen, tekeergaan, tieren
Deel fulmineren — standaardnederlands.nl