punter
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- scheepstype gekenmerkt door een vlakke bodem, rechte sterk hellende (vallende) stevens en hoekige spanten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| punters | meervoud |
| puntertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| puntertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van punteren
- gebiedende wijs van punteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van punteren
Vervoeging van punter
punterhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘vaartuig’ voor het eerst aangetroffen in 1864
Woordfamilie van punter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| punters | meervoud | punter |
| puntertje | verkleinwoord | punter |
| puntertjes | verkleinwoord meervoud | punter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van punter zijn vastgelegd.