poedel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een Frans krulharig hondenras
zelfstandig naamwoord — masculine
- Frans krulharig hondenras
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| poedels | meervoud |
| poedeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| poedeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poedelen
- gebiedende wijs van poedelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poedelen
Vervoeging van poedel
poedelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘misschot’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1887
Woordfamilie van poedel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| poedels | meervoud | poedel |
| poedeltje | verkleinwoord | poedel |
| poedeltjes | verkleinwoord meervoud | poedel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poedel zijn vastgelegd.