poedelen
werkwoordBetekenis
- aangenaam in ondiep water spelen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van poedelen
poedelenhele werkwoord — poedeldeverleden tijd enkelvoud — poedeldenverleden tijd meervoud — gepoedeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | poedel | poedelde |
| jij | poedelt | poedelde |
| hij, zij, het | poedelt | poedelde |
| wij | poedelen | poedelden |
| jullie | poedelen | poedelden |
| zij | poedelen | poedelden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepoedeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepoedeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepoedeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepoedeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepoedeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepoedeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepoedeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepoedeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepoedeld | verleden tijd, deelwoord |
| gepoedeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepoedeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepoedeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepoedeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepoedeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepoedeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepoedeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepoedeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepoedeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepoedeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepoedeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepoedeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepoedeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepoedeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepoedeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepoedeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepoedeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| poedel | gebiedende wijs |
| poedelde | verleden tijd |
| poedele | aanvoegende wijs |
| poedelend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepoedeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te poedelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen poedelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepoedeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepoedeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepoedeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepoedeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepoedeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepoedeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepoedeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepoedeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepoedeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepoedeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepoedeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepoedeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepoedeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen poedelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepoedeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult poedelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘wassen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897
Woordfamilie van poedelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepoedeld | voltooid deelwoord | poedelen |
| poedelde | verleden tijd | poedelen |
| poedelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | poedelen |
| poedele | aanvoegende wijs | poedelen |
| poedelend | onvoltooid deelwoord | poedelen |
| poedelende | woordvorm | poedelen |
| poedelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | poedelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poedelen zijn vastgelegd.