genoeg
onbepaald voornaamwoord, tussenwerpsel, werkwoord ɣəˈnuxBetekenis
- voldoende, in een hoeveelheid die niet te veel en niet te weinig is
- stop!;
Hoe spreek je genoeg uit?
/xəˈnux/
Genoeg bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van genoegen
- gebiedende wijs van genoegen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van genoegen
Vervoeging van genoeg
genoeghele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘onbepaald telwoord: voldoende’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100