ploegpaard
zelfstandig naamwoordBetekenis
- paard dat men voor de ploeg spant
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ploegpaarden | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘paard dat een ploeg voorttrekt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1407
Woordfamilie van ploegpaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ploegpaarden | meervoud | ploegpaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ploegpaard zijn vastgelegd.