Naar de inhoud

piepen

een hoog geluid voortbrengen dat niet erg hard klinkt

piepen is meer dan één woord

piepen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpipə(n)

Betekenis

  1. een hoog geluid voortbrengen dat niet erg hard klinkt
  2. onverwacht korte tijd tevoorschijn komen (al dan niet gepaard gaand met een piepgeluid)
  3. stiekem, snel of oppervlakkig naar iets kijken
  4. slapen

Hoe spreek je piepen uit?

/ˈpipən/

Piepen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpipən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
i riet
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van piepen

piepenhele werkwoord — piepteverleden tijd enkelvoud — pieptenverleden tijd meervoud — gepieptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik piep piepte
jij piept piepte
hij, zij, het piept piepte
wij piepen piepten
jullie piepen piepten
zij piepen piepten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepiept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepiept impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepiept impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepiept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepiept worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepiept zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepiept worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepiept zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepiept verleden tijd, deelwoord
gepiept te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepiept te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepiept te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepiept te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepiept te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepiept worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepiept zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepiept zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepiept zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepiept zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepiept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepiept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepiept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepiept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepiept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
piep gebiedende wijs
piepe aanvoegende wijs
piepend onvoltooid, deelwoord
piepte verleden tijd
te hebben gepiept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te piepen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen piepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepiept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepiept voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepiept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepiept voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepiept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepiept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepiept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepiept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepiept zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal piepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal piepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal piepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepiept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepiept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepiept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepiept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepiept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepiept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou piepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou piepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou piepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepiept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepiept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepiept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepiept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepiept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepiept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden piepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden piepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden piepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepiept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepiept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt piepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepiept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepiept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepiept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepiept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepiept zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepiept zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen piepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen piepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen piepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen piepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepiept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepiept zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult piepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord piep

Herkomst

In de betekenis van ‘hoog geluid geven’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Woordfamilie van piepen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepiept voltooid deelwoord piepen
gepiepte woordvorm piepen
piepe aanvoegende wijs piepen
piept aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon piepen
piepte verleden tijd piepen
piepten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon piepen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van piepen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over piepen

Hoe spreek ik piepen uit?
Zo spreek je piepen uit: /ˈpipə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van piepen?
Piepen is een werkwoord. De betekenis is: een hoog geluid voortbrengen dat niet erg hard klinkt. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik piepen?
Zo vervoeg je piepen zo: de tegenwoordige tijd is piep, de verleden tijd is piepte en het voltooid deelwoord is gepiept. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op piepen?

Piepen rijmt op 10 woorden op -pen; verdiepen, kiepen en chippas bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op piepen, uitspraak ˈpipən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verdiepen 3
kiepen 2
chippas 2
daguerreotypen 6
doorliepen 3
kriepen 2
liepen 2
motortypen 4
opleidingstypen 5
sliepen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord piepen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. I 1
  3. E 1
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

piepen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. I 2
  3. E 1
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

piepen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

piepen in het kort

piepen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van piepen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort piepen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

piepen: een hoog geluid voortbrengen dat niet erg hard klinkt
Deel piepen — standaardnederlands.nl