Naar de inhoud

kiepen

laten kantelen

kiepen is meer dan één woord

kiepen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈkipə(n)/

Betekenis

  1. laten kantelen
  2. laten vallen, neergooien
  3. kantelen

Hoe spreek je kiepen uit?

/ˈkipən/

Kiepen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkipən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
i riet
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van kiepen

kiepenhele werkwoord — kiepteverleden tijd enkelvoud — kieptenverleden tijd meervoud — gekieptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kiep kiepte
jij kiept kiepte
hij, zij, het kiept kiepte
wij kiepen kiepten
jullie kiepen kiepten
zij kiepen kiepten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekiept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekiept impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekiept impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekiept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekiept worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekiept zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekiept worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekiept zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekiept verleden tijd, deelwoord
gekiept te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekiept te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekiept te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekiept te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekiept te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekiept worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekiept zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekiept zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekiept zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekiept zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekiept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekiept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekiept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekiept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekiept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kiep gebiedende wijs
kiepe aanvoegende wijs
kiepend onvoltooid, deelwoord
kiepte verleden tijd
te hebben gekiept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kiepen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kiepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekiept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekiept voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekiept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekiept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekiept voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekiept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekiept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekiept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekiept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekiept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekiept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekiept zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kiepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kiepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kiepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekiept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekiept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekiept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekiept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekiept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekiept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekiept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kiepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kiepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kiepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekiept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekiept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekiept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekiept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekiept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekiept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kiepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kiepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kiepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekiept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekiept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kiepen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekiept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekiept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekiept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekiept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekiept zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekiept zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kiepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kiepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kiepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kiepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekiept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekiept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekiept zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kiepen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kiep

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘omwerpen’ voor het eerst aangetroffen in 1914

Woordfamilie van kiepen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekiept voltooid deelwoord kiepen
gekiepte woordvorm kiepen
kiepe aanvoegende wijs kiepen
kiepend onvoltooid deelwoord kiepen
kiepende woordvorm kiepen
kiept aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kiepen
kiepte verleden tijd kiepen
kiepten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kiepen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kiepen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kiepen

Hoe spreek je kiepen uit?
De uitspraak van kiepen is: /ˈkipə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent kiepen?
Kiepen is een werkwoord. Het woord betekent: laten kantelen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je kiepen?
Je vervoegt kiepen als volgt: de tegenwoordige tijd is kiep, de verleden tijd is kiepte en het voltooid deelwoord is gekiept. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op kiepen?

Kiepen rijmt op 10 woorden op -pen; verdiepen, piepen en chippas bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op kiepen, uitspraak ˈkipən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verdiepen 3
piepen 2
chippas 2
daguerreotypen 6
doorliepen 3
kriepen 2
liepen 2
motortypen 4
opleidingstypen 5
sliepen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kiepen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. I 1
  3. E 1
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kiepen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. I 2
  3. E 1
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kiepen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kiepen in het kort

kiepen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van kiepen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kiepen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kiepen: laten kantelen
Deel kiepen — standaardnederlands.nl