Naar de inhoud

piepelen

kleineren, als een onnozele jongen behandelen en voor de gek houden

piepelen

werkwoord

Betekenis

  1. kleineren, als een onnozele jongen behandelen en voor de gek houden
  2. naaien, neuken

Vervoeging van piepelen

piepelenhele werkwoord — piepeldeverleden tijd enkelvoud — piepeldenverleden tijd meervoud — gepiepeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik piepel piepelde
jij piepelt piepelde
hij, zij, het piepelt piepelde
wij piepelen piepelden
jullie piepelen piepelden
zij piepelen piepelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepiepeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepiepeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepiepeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepiepeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepiepeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepiepeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepiepeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepiepeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepiepeld verleden tijd, deelwoord
gepiepeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepiepeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepiepeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepiepeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepiepeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepiepeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepiepeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepiepeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepiepeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepiepeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepiepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepiepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepiepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepiepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepiepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepiepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepiepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepiepeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
piepel gebiedende wijs
piepelde verleden tijd
piepele aanvoegende wijs
piepelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepiepeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te piepelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen piepelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepiepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepiepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepiepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepiepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepiepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepiepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepiepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepiepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepiepeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepiepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepiepeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepiepeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepiepeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal piepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal piepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal piepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepiepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepiepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepiepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepiepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepiepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepiepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepiepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou piepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou piepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou piepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepiepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepiepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepiepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepiepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepiepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepiepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden piepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden piepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden piepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepiepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepiepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt piepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepiepeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepiepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepiepeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepiepeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepiepeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepiepeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen piepelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen piepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen piepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen piepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepiepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepiepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepiepeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult piepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

[1] Uit de Amsterdamse spreektaal, afgeleid van piepel “jonge eend”, piepeltje “broekventje” met het achtervoegsel -en, aangetroffen vanaf de jaren 1980.

Woordfamilie van piepelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepiepeld voltooid deelwoord piepelen
gepiepelde woordvorm piepelen
piepelde verleden tijd piepelen
piepelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon piepelen
piepele aanvoegende wijs piepelen
piepelend onvoltooid deelwoord piepelen
piepelende woordvorm piepelen
piepelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon piepelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van piepelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over piepelen

Wat is de betekenis van piepelen?
Piepelen is een werkwoord. De betekenis is: kleineren, als een onnozele jongen behandelen en voor de gek houden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik piepelen?
Zo vervoeg je piepelen zo: de tegenwoordige tijd is piepel, de verleden tijd is piepelde en het voltooid deelwoord is gepiepeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord piepelen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. I 1
  3. E 1
  4. P 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

piepelen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. I 2
  3. E 1
  4. P 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

piepelen in het kort

piepelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van piepelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort piepelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

piepelen: kleineren, als een onnozele jongen behandelen en voor de gek houden
Deel piepelen — standaardnederlands.nl