commando
zelfstandig naamwoord /kɔ.ˈmɑn.do/Betekenis
- bevel, leiding
- speciaal getrainde groep militairen voor speciale missies
- opdracht om een bepaald proces uit te voeren
- iemand uit een eenheid die extra getraind wordt voor speciale missies
Hoe spreek je commando uit?
/kɔˈmɑndo/
Commando bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| commando's | meervoud |
| commandootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| commandootjes | verkleinwoord, meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| commando's | meervoud |
Herkomst
van verouderd Spaans comando "bevel, commando, gezag" **o [1]: in de betekenis van ‘bevel’ voor het eerst aangetroffen in 1652 ‘bevel, commando, gezag’ **o [2]: in de betekenis van “militaire groep die onder het bevel (“commando”) van een aangewezen commandant staat”, opnieuw in zwang geraakt vanaf 1880's met betrekking tot de Afrikaner strijd in de Transvaal, voor een vindplaats zie hieronder; op te vatten als een terugontlening aan het Afrikaans **m: (metonymisch), leenvertaling van Duits Kommando.
Woordfamilie van commando
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| commando's | meervoud | commando |
| commandootje | verkleinwoord | commando |
| commandootjes | verkleinwoord meervoud | commando |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van commando zijn vastgelegd.