verdiepen
werkwoord, zelfstandig naamwoord vərˈdipə(n)Betekenis
- dieper maken
- zich ~ in: ernstig nadenken over
Hoe spreek je verdiepen uit?
/vərˈdipən/
Verdiepen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| i | riet |
| p | pak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verdiepen
verdiepenhele werkwoord — verdiepteverleden tijd enkelvoud — verdieptenverleden tijd meervoud — verdieptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdiep | verdiepte |
| jij | verdiept | verdiepte |
| hij, zij, het | verdiept | verdiepte |
| wij | verdiepen | verdiepten |
| jullie | verdiepen | verdiepten |
| zij | verdiepen | verdiepten |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verdiept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verdiept | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verdiept | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verdiept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verdiept worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verdiept zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verdiept worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verdiept zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verdiept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verdiept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verdiept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verdiept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verdiept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verdiept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verdiept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdiept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verdiept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdiepen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdiepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdiep | gebiedende wijs |
| verdiep me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verdiep u/je , verdiept je | gebiedende wijs |
| verdiepe | aanvoegende wijs |
| verdiepe zich | aanvoegende wijs |
| verdiepen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verdiepen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verdiepen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verdiepend | onvoltooid, deelwoord |
| verdiept | verleden tijd, deelwoord |
| verdiept je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verdiept te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdiept te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdiept te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdiept te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdiept te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdiept u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verdiept u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verdiept worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdiept zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verdiept zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verdiept zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verdiept zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdiept zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdiept zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdiept zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdiepte | verleden tijd |
| verdiepte je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verdiepte me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verdiepte u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verdiepte u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verdiepte zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verdiepte zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verdiepte zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verdiepten je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verdiepten ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verdiepten zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| waart verdiept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdiept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdiept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdiept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdiept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdiept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdiept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verdiept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verdiept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verdiept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verdiept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verdiept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verdiept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verdiept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verdiept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verdiept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verdiept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verdiept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verdiept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verdiept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me verdiepen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal verdiepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdiepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdiepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verdiept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdiept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdiept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdiept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdiept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdiept zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdiept zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich verdiepen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je verdiepen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich verdiepend | onvoltooid, deelwoord |
| zich verdiept hebben | verleden tijd |
| zijn verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdiept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdiepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdiepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdiepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verdiept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdiept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdiept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdiept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdiept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verdiept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdiept zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdiept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdiept zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdiepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdiepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdiepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verdiept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdiept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdiept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdiept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdiept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdiept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdiept zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdiept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdiept zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verdiepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verdiept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdiept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdiept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je verdiepen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons verdiepen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen verdiepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdiepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verdiep
Herkomst
Afgeleid van diep met het voorvoegsel ver- of afgeleid van diepen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdiepen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdiepe | aanvoegende wijs | verdiepen |
| verdiepend | onvoltooid deelwoord | verdiepen |
| verdiepende | woordvorm | verdiepen |
| verdiept | voltooid deelwoord | verdiepen |
| verdiepte | verleden tijd | verdiepen |
| verdiepten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verdiepen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdiepen zijn vastgelegd.