Naar de inhoud

overhoopliggen

wanordelijk door elkaar liggen van dingen

overhoopliggen

werkwoord

Betekenis

  1. wanordelijk door elkaar liggen van dingen
  2. in staat van sterkte onderlinge verdeeldheid en/of ruzie verkeren

Vervoeging van overhoopliggen

overhoopliggenhele werkwoord — lag overhoopverleden tijd enkelvoud — lagen overhoopverleden tijd meervoud — overhoopgelegenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lig overhoop lag overhoop
jij ligt overhoop laagt overhoop
hij, zij, het ligt overhoop lag overhoop
wij liggen overhoop lagen overhoop
jullie liggen overhoop lagen overhoop
zij liggen overhoop lagen overhoop
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is overhoopgelegen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overhoopgelegen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overhoopgelegen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overhoopgelegen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overhoopgelegen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overhoopgelegen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overhoopgelegen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overhoopgelegen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overhoopgelegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overhoopgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overhoopgelegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overhoopgelegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overhoopgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overhoopgelegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overhoopgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overhoopgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overhoopgelegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overhoopgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overhoopgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overhoopgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overhoopgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overhoopgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overhoopgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lag overhoop verleden tijd
lig overhoop gebiedende wijs
overhoop te liggen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overhoop te zullen liggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overhoop zal liggen bijzin, toekomende tijd
overhoop zou liggen bijzin, voorwaardelijk
overhoop zouden liggen bijzin, voorwaardelijk
overhoop zoudt liggen bijzin, voorwaardelijk
overhoop zullen liggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overhoop zullen liggen bijzin, toekomende tijd
overhoop zult liggen bijzin, toekomende tijd
overhoopgelegen verleden tijd, deelwoord
overhoopgelegen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overhoopgelegen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overhooplaagt bijzin, verleden tijd
overhooplag bijzin, verleden tijd
overhooplagen bijzin, verleden tijd
overhooplig bijzin, tegenwoordige tijd
overhoopliggend onvoltooid, deelwoord
overhoopligt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben overhoopgelegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overhoopliggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal overhoopgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overhoopgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overhoopgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overhoopliggen bijzin, toekomende tijd
zou overhoopgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overhoopgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overhoopgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overhoopliggen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overhoopliggen overhoop zou(dt) liggen bijzin, voorwaardelijk
zouden overhoopgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overhoopgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overhoopgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overhoopliggen bijzin, voorwaardelijk
zoudt overhoopgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overhoopliggen bijzin, voorwaardelijk
zullen overhoopgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overhoopgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overhoopgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overhoopliggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overhoopliggen bijzin, toekomende tijd
zult overhoopgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overhoopliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult overhoopliggen bijzin, toekomende tijd
zult/zal overhoopliggen overhoop zult/zal liggen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van overhoop bw en liggen ww

Woordfamilie van overhoopliggen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
lag overhoop verleden tijd overhoopliggen
lagen overhoop aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overhoopliggen
lig overhoop gebiedende wijs overhoopliggen
ligge overhoop woordvorm overhoopliggen
liggen overhoop aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overhoopliggen
ligt overhoop aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overhoopliggen
overhoopgelegen voltooid deelwoord overhoopliggen
overhooplag subordinate-clause, verleden tijd overhoopliggen
overhooplagen subordinate-clause, verleden tijd overhoopliggen
overhooplig subordinate-clause, tegenwoordige tijd overhoopliggen
overhoopligge with-subordinate-clause overhoopliggen
overhoopliggend onvoltooid deelwoord overhoopliggen
overhoopliggende woordvorm overhoopliggen
overhoopligt subordinate-clause, tegenwoordige tijd overhoopliggen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overhoopliggen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over overhoopliggen

Wat betekent overhoopliggen?
Overhoopliggen is een werkwoord. Het woord betekent: wanordelijk door elkaar liggen van dingen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je overhoopliggen?
Je vervoegt overhoopliggen als volgt: het voltooid deelwoord is overhoopgelegen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overhoopliggen is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. O 1
  7. O 1
  8. P 3
  9. L 3
  10. I 1
  11. G 3
  12. G 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overhoopliggen levert met Wordfeud minimaal 31 en maximaal 117 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. O 1
  7. O 1
  8. P 4
  9. L 3
  10. I 2
  11. G 3
  12. G 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 31 zonder bonus
  16. 117 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overhoopliggen in het kort

overhoopliggen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van overhoopliggen zijn 55 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overhoopliggen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overhoopliggen: wanordelijk door elkaar liggen van dingen
Deel overhoopliggen — standaardnederlands.nl