overhoopschieten
werkwoordBetekenis
- op onbezonnen wijze iemand met een schietwapen ernstig verwonden of doden
Vervoeging van overhoopschieten
overhoopschietenhele werkwoord — schoot overhoopverleden tijd enkelvoud — schoten overhoopverleden tijd meervoud — overhoopgeschotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schiet overhoop | schoot overhoop |
| jij | schiet overhoop | schoot overhoop |
| hij, zij, het | schiet overhoop | schoot overhoop |
| wij | schieten overhoop | schoten overhoop |
| jullie | schieten overhoop | schoten overhoop |
| zij | schieten overhoop | schoten overhoop |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overhoopgeschoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overhoopgeschoten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overhoopgeschoten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overhoopgeschoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overhoopgeschoten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overhoopgeschoten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overhoopgeschoten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overhoopgeschoten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overhoopgeschoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| overhoop te schieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overhoop te zullen schieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overhoop zal schieten | bijzin, toekomende tijd |
| overhoop zou schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| overhoop zouden schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| overhoop zoudt schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| overhoop zullen schieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overhoop zullen schieten | bijzin, toekomende tijd |
| overhoop zult schieten | bijzin, toekomende tijd |
| overhoopgeschoten | verleden tijd, deelwoord |
| overhoopgeschoten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overhoopgeschoten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overhoopgeschoten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overhoopgeschoten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overhoopgeschoten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overhoopgeschoten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overhoopgeschoten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overhoopgeschoten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overhoopgeschoten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overhoopgeschoten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overhoopschiet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overhoopschietend | onvoltooid, deelwoord |
| overhoopschoot | bijzin, verleden tijd |
| overhoopschoten | bijzin, verleden tijd |
| schiet overhoop | gebiedende wijs |
| schoot overhoop | verleden tijd |
| te hebben overhoopgeschoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overhoopschieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overhoopgeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overhoopgeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overhoopgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overhoopgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overhoopgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overhoopgeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overhoopgeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overhoopschieten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overhoopgeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overhoopgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overhoopgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overhoopgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overhoopgeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overhoopgeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overhoopgeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overhoopschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overhoopschieten overhoop zou(dt) schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overhoopgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overhoopgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overhoopgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overhoopgeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overhoopgeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overhoopgeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overhoopschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overhoopgeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overhoopgeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overhoopschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overhoopgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overhoopgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overhoopgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overhoopgeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overhoopgeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overhoopgeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overhoopschieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overhoopschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overhoopschieten | bijzin, toekomende tijd |
| zult overhoopgeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overhoopgeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van overhoop en schieten
Woordfamilie van overhoopschieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overhoopgeschoten | voltooid deelwoord | overhoopschieten |
| overhoopschiet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overhoopschieten |
| overhoopschiete | with-subordinate-clause | overhoopschieten |
| overhoopschietend | onvoltooid deelwoord | overhoopschieten |
| overhoopschietende | woordvorm | overhoopschieten |
| overhoopschoot | subordinate-clause, verleden tijd | overhoopschieten |
| overhoopschoten | subordinate-clause, verleden tijd | overhoopschieten |
| schiet overhoop | gebiedende wijs | overhoopschieten |
| schiete overhoop | woordvorm | overhoopschieten |
| schieten overhoop | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overhoopschieten |
| schoot overhoop | verleden tijd | overhoopschieten |
| schoten overhoop | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overhoopschieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overhoopschieten zijn vastgelegd.