overhoophalen
werkwoordBetekenis
- in een wanordelijke staat brengen
- de rust verstoren door het opnieuw in de herinnering brengen van een liever vergeten geschiedenis
Vervoeging van overhoophalen
overhoophalenhele werkwoord — haalde overhoopverleden tijd enkelvoud — haalden overhoopverleden tijd meervoud — overhoopgehaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | haal overhoop | haalde overhoop |
| jij | haalt overhoop | haalde overhoop |
| hij, zij, het | haalt overhoop | haalde overhoop |
| wij | halen overhoop | haalden overhoop |
| jullie | halen overhoop | haalden overhoop |
| zij | halen overhoop | haalden overhoop |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overhoopgehaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overhoopgehaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overhoopgehaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overhoopgehaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overhoopgehaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overhoopgehaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overhoopgehaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overhoopgehaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| haal overhoop | gebiedende wijs |
| haalde overhoop | verleden tijd |
| had overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overhoopgehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| overhoop te halen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overhoop te zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overhoop zal halen | bijzin, toekomende tijd |
| overhoop zou halen | bijzin, voorwaardelijk |
| overhoop zouden halen | bijzin, voorwaardelijk |
| overhoop zoudt halen | bijzin, voorwaardelijk |
| overhoop zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overhoop zullen halen | bijzin, toekomende tijd |
| overhoop zult halen | bijzin, toekomende tijd |
| overhoopgehaald | verleden tijd, deelwoord |
| overhoopgehaald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overhoopgehaald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overhoopgehaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overhoopgehaald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overhoopgehaald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overhoopgehaald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overhoopgehaald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overhoopgehaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overhoopgehaald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overhoopgehaald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overhoophaal | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overhoophaalde | bijzin, verleden tijd |
| overhoophaalden | bijzin, verleden tijd |
| overhoophaalt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overhoophalend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben overhoopgehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overhoophalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overhoopgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overhoopgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overhoopgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overhoopgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overhoopgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overhoopgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overhoopgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overhoophalen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overhoopgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overhoopgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overhoopgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overhoopgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overhoopgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overhoopgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overhoopgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overhoophalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overhoophalen overhoop zou(dt) halen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overhoopgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overhoopgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overhoopgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overhoopgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overhoopgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overhoopgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overhoophalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overhoopgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overhoopgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overhoophalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overhoopgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overhoopgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overhoopgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overhoopgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overhoopgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overhoopgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overhoopgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overhoophalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overhoophalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overhoophalen | bijzin, toekomende tijd |
| zult overhoopgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van overhoop bw en halen ww
Woordfamilie van overhoophalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haal overhoop | gebiedende wijs | overhoophalen |
| haalde overhoop | verleden tijd | overhoophalen |
| haalden overhoop | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overhoophalen |
| haalt overhoop | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overhoophalen |
| hale overhoop | woordvorm | overhoophalen |
| halen overhoop | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overhoophalen |
| overhoopgehaald | voltooid deelwoord | overhoophalen |
| overhoopgehaalde | woordvorm | overhoophalen |
| overhoophaal | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overhoophalen |
| overhoophaalde | subordinate-clause, verleden tijd | overhoophalen |
| overhoophaalden | subordinate-clause, verleden tijd | overhoophalen |
| overhoophaalt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overhoophalen |
| overhoophale | with-subordinate-clause | overhoophalen |
| overhoophalend | onvoltooid deelwoord | overhoophalen |
| overhoophalende | woordvorm | overhoophalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overhoophalen zijn vastgelegd.