voordeel
zelfstandig naamwoord ˈvordelBetekenis
- profijt.
- aangename eigenschap
- (tennis) term die aangeeft dat een speler bij een 40-40-stand een punt heeft gescoord en dus maar één punt verwijderd is van de winst van een game
- het aan de voorkant gelegen deel
Hoe spreek je voordeel uit?
/ˈvordel/
Voordeel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| r | rood |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- term die aangeeft dat een speler bij een 40-40-stand een punt heeft gescoord en dus maar één punt verwijderd is van de winst van een game
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voordeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voordeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| voordelen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘winst’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van voordeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voordeeltje | verkleinwoord | voordeel |
| voordeeltjes | verkleinwoord meervoud | voordeel |
| voordele | neuter | voordeel |
| voordelen | meervoud | voordeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voordeel zijn vastgelegd.