Naar de inhoud

onderwerpen

zijn gezag vestigen over iets of iemand, meestal met geweld.

onderwerpen is meer dan één woord

onderwerpen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˌɔndərˈwɛrpə(n)

Betekenis

  1. zijn gezag vestigen over iets of iemand, meestal met geweld.
  2. zich ~: zichzelf overgeven aan het gezag van een ander.

Hoe spreek je onderwerpen uit?

/ˌɔndərˈwɛrpən/

Onderwerpen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌɔndərˈwɛrpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
d dak
ə de
r rood
w quiz
ɛ bed
p pak
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van onderwerpen

onderwerpenhele werkwoord — onderwierpverleden tijd enkelvoud — onderwierpenverleden tijd meervoud — onderworpenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik onderwerp onderwierp
jij onderwerpt onderwierp
hij, zij, het onderwerpt onderwierp
wij onderwerpen onderwierpen
jullie onderwerpen onderwierpen
zij onderwerpen onderwierpen
Alle 161 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is onderworpen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was onderworpen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd onderworpen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt onderworpen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal onderworpen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal onderworpen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou onderworpen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou onderworpen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had onderworpen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had onderworpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had onderworpen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden onderworpen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden onderworpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden onderworpen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt onderworpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onderworpen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
onderwerp gebiedende wijs
onderwerp me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
onderwerp u/je , onderwerpt je gebiedende wijs
onderwerpe aanvoegende wijs
onderwerpe zich aanvoegende wijs
onderwerpen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
onderwerpen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
onderwerpen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
onderwerpend onvoltooid, deelwoord
onderwerpt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
onderwerpt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
onderwerpt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
onderwerpt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
onderwerpt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
onderwerpt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
onderwierp verleden tijd
onderwierp je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
onderwierp me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
onderwierp u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
onderwierp u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
onderwierp zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
onderwierp zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
onderwierp zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
onderwierpen je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
onderwierpen ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
onderwierpen zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
onderworpen verleden tijd, deelwoord
onderworpen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onderworpen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onderworpen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderworpen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderworpen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderworpen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onderworpen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onderworpen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderworpen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderworpen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderwérpen canonical
te hebben onderworpen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te onderwerpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onderwerpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart onderworpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onderworpen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren onderworpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onderworpen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was onderworpen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was onderworpen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was onderworpen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd onderworpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd onderworpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd onderworpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden onderworpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden onderworpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden onderworpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt onderworpen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word onderworpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden onderworpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden onderworpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden onderworpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt onderworpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt onderworpen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me onderwerpen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal onderwerpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onderwerpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onderwerpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onderworpen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderworpen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal onderworpen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onderworpen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderworpen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal onderworpen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderworpen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich onderwerpen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je onderwerpen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich onderwerpend onvoltooid, deelwoord
zich onderworpen hebben verleden tijd
zijn onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt onderworpen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou onderwerpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onderwerpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onderwerpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onderworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onderworpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderworpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou onderworpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderworpen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderworpen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderworpen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderwerpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onderwerpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onderwerpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden onderworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onderworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onderworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderworpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onderworpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onderworpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderworpen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onderworpen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onderworpen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt onderwerpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt onderworpen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onderworpen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onderworpen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je onderwerpen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen onderwerpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen onderwerpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord onderwerp

Herkomst

ww: samenstelling van onder bw en werpen ww

Woordfamilie van onderwerpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
onderwerpe aanvoegende wijs onderwerpen
onderwerpend onvoltooid deelwoord onderwerpen
onderwerpende woordvorm onderwerpen
onderwerpt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon onderwerpen
onderwierp verleden tijd onderwerpen
onderwierpen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon onderwerpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderwerpen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over onderwerpen

Hoe spreek je onderwerpen uit?
De uitspraak van onderwerpen is: /ˌɔndərˈwɛrpə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent onderwerpen?
Onderwerpen is een werkwoord. Het woord betekent: zijn gezag vestigen over iets of iemand, meestal met geweld. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je onderwerpen?
Je vervoegt onderwerpen als volgt: de tegenwoordige tijd is onderwerp, de verleden tijd is onderwierp en het voltooid deelwoord is onderworpen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op onderwerpen?

Onderwerpen rijmt op 6 woorden op -werpen; verwerpen, werpen en ontwerpen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op onderwerpen, uitspraak ˌɔndərˈwɛrpən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verwerpen 3
werpen 2
ontwerpen 3
knerpen 2
snerpen 2
deelonderwerpen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord onderwerpen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. W 5
  7. E 1
  8. R 2
  9. P 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

onderwerpen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. W 5
  7. E 1
  8. R 2
  9. P 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

onderwerpen in het kort

onderwerpen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van onderwerpen zijn 104 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort onderwerpen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

onderwerpen: zijn gezag vestigen over iets of iemand, meestal met geweld.
Deel onderwerpen — standaardnederlands.nl