verwerpen
werkwoord vərˈwɛrpə(n)Betekenis
- afkeuren, afwijzen
- wraken
- verstoten
- over een grote afstand gooien
Hoe spreek je verwerpen uit?
/vərˈwɛrpən/
Verwerpen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| p | pak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verwerpen
verwerpenhele werkwoord — verwierpverleden tijd enkelvoud — verwierpenverleden tijd meervoud — verworpenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwerp | verwierp |
| jij | verwerpt | verwierp |
| hij, zij, het | verwerpt | verwierp |
| wij | verwerpen | verwierpen |
| jullie | verwerpen | verwierpen |
| zij | verwerpen | verwierpen |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verworpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verworpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verworpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verworpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verworpen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verworpen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verwerpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verwerpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwerp | gebiedende wijs |
| verwerpe | aanvoegende wijs |
| verwerpend | onvoltooid, deelwoord |
| verwierp | verleden tijd |
| verworpen | verleden tijd, deelwoord |
| verworpen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verworpen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwérpen | canonical |
| zal verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verwerpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Vervoeging van verwerpen
verwerpenhele werkwoord — verwierpverleden tijd enkelvoud — verwierpenverleden tijd meervoud — -voltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwerp | verwierp |
| jij | verwerpt | verwierp |
| hij, zij, het | verwerpt | verwierp |
| wij | verwerpen | verwierpen |
| jullie | verwerpen | verwierpen |
| zij | verwerpen | verwierpen |
Alle 57 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | verleden tijd |
| - | verleden tijd, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verworpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verworpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verworpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verworpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verworpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verworpen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verworpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verworpen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verwerpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verwerpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwerp | gebiedende wijs |
| verwerpe | aanvoegende wijs |
| verwerpend | onvoltooid, deelwoord |
| verworpen | verleden tijd, deelwoord |
| verworpen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verworpen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vérwerpen | canonical |
| zal verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verworpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verwerpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verwerpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verworpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
werkwoord: van Middelnederlands, afgeleid van werpen met het voorvoegsel ver-
werkwoord: samenstelling van ver bw en werpen ww
Woordfamilie van verwerpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwerp | gebiedende wijs | verwerpen |
| verwerpe | aanvoegende wijs | verwerpen |
| verwerpend | onvoltooid deelwoord | verwerpen |
| verwerpende | woordvorm | verwerpen |
| verwerpt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verwerpen |
| verwierp | verleden tijd | verwerpen |
| verwierpen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verwerpen |
| verworpen | voltooid deelwoord | verwerpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwerpen zijn vastgelegd.