belasting
zelfstandig naamwoord bəˈlɑstɪŋBetekenis
- door de wet gedwongen betaling aan de overheid zonder individuele tegenprestatie van die overheid
- de mate waarin een machine belast wordt ofwel het vermogen dat van de machine verlangt wordt door de aangesloten apparatuur
- verantwoordelijkheid, inspanning die een taak vergt, psychische druk
Hoe spreek je belasting uit?
/bəˈlɑstɪŋ/
Belasting bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin een machine belast wordt, ofwel het vermogen dat van de machine verlangd wordt door de aangesloten apparatuur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| belastingen | meervoud |
| belastinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| belastinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van belasten met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van belasting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belastingen | meervoud | belasting |
| belastinkje | verkleinwoord | belasting |
| belastinkjes | verkleinwoord meervoud | belasting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belasting zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- belastingaanslag
- belastingadvisering
- belastingadviseur
- belastingafdracht
- belastingaftrekbaar
- belastingambtenaar
- belastingbetaler
- belastingconsulent
- belastingcontrole
- belastingdienst
- belastingdruk
- belastingfraude
- belastinggeld
- belastingheffing
- belastinginkomsten
- belastinginning
- belastinginspecteur
- belastingklimaat
- belastingmoraal
- belastingontduiker
- belastingontduiking
- belastingontwijking
- belastingparadijs
- belastingquote