overdrachtsbelasting
zelfstandig naamwoord ˈovərdrɑxtsbəˌlɑstɪŋBetekenis
- geld dat de koper aan de overheid moet betalen bij het kopen van een bestaand huis en waarbij de hoogte van dit bedrag een vast percentage van de aankoopsom is; deel van de kosten koper
Hoe spreek je overdrachtsbelasting uit?
/ˈovərdrɑxtsbəˌlɑstɪŋ/
Overdrachtsbelasting bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| s | sok |
| b | bak |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overdrachtsbelastingen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van overdracht zn en belasting zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van overdrachtsbelasting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overdrachtsbelastingen | meervoud | overdrachtsbelasting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overdrachtsbelasting zijn vastgelegd.