nippel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een tepel
- een hol koppelstukje, meestal om een slang of buis op aan te koppelen
zelfstandig naamwoord — masculine
- tepel zn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nippels | meervoud |
| nippeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nippeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van Engels nipple. In de betekenis van ‘metalen mof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1901
Woordfamilie van nippel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nippels | meervoud | nippel |
| nippeltje | verkleinwoord | nippel |
| nippeltjes | verkleinwoord meervoud | nippel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nippel zijn vastgelegd.