Naar de inhoud

nippen

iets met kleine slokjes drinken

nippen

werkwoord

Betekenis

  1. iets met kleine slokjes drinken
  2. ~ aan ergens met kleine slokjes van drinken
  3. nippen

Vervoeging van nippen

nippenhele werkwoord — nipteverleden tijd enkelvoud — niptenverleden tijd meervoud — geniptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik nip nipte
jij nipt nipte
hij, zij, het nipt nipte
wij nippen nipten
jullie nippen nipten
zij nippen nipten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
genipt verleden tijd, deelwoord
genipt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genipt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had genipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had genipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had genipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden genipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden genipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden genipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt genipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb genipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genipt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben genipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben genipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt genipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
nip gebiedende wijs
nippe aanvoegende wijs
nippend onvoltooid, deelwoord
nipte verleden tijd
te hebben genipt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te nippen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nippen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal genipt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genipt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal genipt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou genipt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genipt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genipt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden genipt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genipt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genipt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt genipt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen genipt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genipt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genipt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nippen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult genipt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult nippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘een teugje drinken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1644

Woordfamilie van nippen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
genipt voltooid deelwoord nippen
genipte woordvorm nippen
nip gebiedende wijs nippen
nippe aanvoegende wijs nippen
nippend onvoltooid deelwoord nippen
nippende woordvorm nippen
nipten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nippen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nippen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nippen

Wat is de betekenis van nippen?
Nippen is een werkwoord. De betekenis is: iets met kleine slokjes drinken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik nippen?
Zo vervoeg je nippen zo: de tegenwoordige tijd is nip, de verleden tijd is nipte en het voltooid deelwoord is genipt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nippen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. I 1
  3. P 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nippen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. I 2
  3. P 4
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

nippen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

nippen in het kort

nippen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van nippen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort nippen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

nippen: iets met kleine slokjes drinken
Deel nippen — standaardnederlands.nl