gaspijp
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een buis waardoor men een (aard)gas zoner lekkage kan vervoeren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gaspijpen | meervoud |
| gaspijpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gaspijpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gas zn en pijp zn
Woordfamilie van gaspijp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gaspijpen | meervoud | gaspijp |
| gaspijpje | verkleinwoord | gaspijp |
| gaspijpjes | verkleinwoord meervoud | gaspijp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gaspijp zijn vastgelegd.