netel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈnetəlBetekenis
- plant met gekartelde, harige blaadjes die soms een brandend gevoel veroorzaken
Hoe spreek je netel uit?
/ˈnetəl/
Netel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| e | veel |
| t | tak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor verschillende planten uit de geslachten Urtica en Lamium met gekartelde, harige blaadjes die soms een brandend gevoel veroorzaken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| netelen | meervoud |
| netels | meervoud |
| neteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| neteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van netelen
- gebiedende wijs van netelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van netelen
Vervoeging van netel
netelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘gewas’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van netel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| netels | meervoud | netel |
| neteltje | verkleinwoord | netel |
| neteltjes | verkleinwoord meervoud | netel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van netel zijn vastgelegd.