netbeheerder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beheerder (persoon of bedrijf) van een netwerk, b.v. een elektriciteitsnetwerk of kabelnetwerk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| netbeheerders | meervoud |
| netbeheerdertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| netbeheerdertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van net en beheerder
Woordfamilie van netbeheerder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| netbeheerders | meervoud | netbeheerder |
| netbeheerdertje | verkleinwoord | netbeheerder |
| netbeheerdertjes | verkleinwoord meervoud | netbeheerder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van netbeheerder zijn vastgelegd.