neerschrijven
werkwoordBetekenis
- ergens een schriftelijke notitie van maken, schriftelijk vastleggen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van neerschrijven
neerschrijvenhele werkwoord — schreef neerverleden tijd enkelvoud — schreven neerverleden tijd meervoud — neergeschrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schrijf neer | schreef neer |
| jij | schrijft neer | schreef neer |
| hij, zij, het | schrijft neer | schreef neer |
| wij | schrijven neer | schreven neer |
| jullie | schrijven neer | schreven neer |
| zij | schrijven neer | schreven neer |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is neergeschreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was neergeschreven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd neergeschreven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt neergeschreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal neergeschreven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal neergeschreven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou neergeschreven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou neergeschreven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had neergeschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had neergeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had neergeschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden neergeschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden neergeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden neergeschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt neergeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben neergeschreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| neer te schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| neer te zullen schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neer zal schrijven | bijzin, toekomende tijd |
| neer zou schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zouden schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zoudt schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zullen schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neer zullen schrijven | bijzin, toekomende tijd |
| neer zult schrijven | bijzin, toekomende tijd |
| neergeschreven | verleden tijd, deelwoord |
| neergeschreven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| neergeschreven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| neergeschreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neergeschreven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neergeschreven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neergeschreven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| neergeschreven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| neergeschreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neergeschreven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neergeschreven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neerschreef | bijzin, verleden tijd |
| neerschreeft | bijzin, verleden tijd |
| neerschreven | bijzin, verleden tijd |
| neerschrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| neerschrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| neerschrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| schreef neer | verleden tijd |
| schrijf neer | gebiedende wijs |
| te hebben neergeschreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen neerschrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart neergeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren neergeschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren neergeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren neergeschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was neergeschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was neergeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was neergeschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt neergeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal neergeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal neergeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal neergeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal neergeschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal neergeschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal neerschrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt neergeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou neergeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou neergeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou neergeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou neergeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou neergeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou neergeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou neerschrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) neerschrijven neer zou(dt) schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden neergeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden neergeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden neergeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neergeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden neergeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden neergeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden neerschrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt neergeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neergeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt neerschrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen neergeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen neergeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen neergeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen neergeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neergeschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen neergeschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen neergeschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neerschrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen neerschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen neerschrijven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van neer en schrijven
Woordfamilie van neerschrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neergeschreven | voltooid deelwoord | neerschrijven |
| neerschreef | subordinate-clause, verleden tijd | neerschrijven |
| neerschreven | subordinate-clause, verleden tijd | neerschrijven |
| neerschrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | neerschrijven |
| neerschrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | neerschrijven |
| neerschrijve | with-subordinate-clause | neerschrijven |
| neerschrijvend | onvoltooid deelwoord | neerschrijven |
| neerschrijvende | woordvorm | neerschrijven |
| schreef neer | verleden tijd | neerschrijven |
| schreven neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | neerschrijven |
| schrijf neer | gebiedende wijs | neerschrijven |
| schrijft neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | neerschrijven |
| schrijve neer | woordvorm | neerschrijven |
| schrijven neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | neerschrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neerschrijven zijn vastgelegd.