neerslachtig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- erg somber zijnde
- tweede betekenisomschrijving.
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| neerslachtige | verbogen, stellende trap |
| neerslachtiger | onverbogen, vergrotende trap |
| neerslachtigere | verbogen, vergrotende trap |
| neerslachtigers | partitief, vergrotende trap |
| neerslachtigs | partitief, stellende trap |
| neerslachtigst | onverbogen, overtreffende trap |
| neerslachtigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘bedroefd’ voor het eerst aangetroffen in 1346
Woordfamilie van neerslachtig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neerslachtige | verbogen vorm | neerslachtig |
| neerslachtiger | vergrotende trap | neerslachtig |
| neerslachtigere | verbogen vergrotende trap | neerslachtig |
| neerslachtigers | partitieve vergrotende trap | neerslachtig |
| neerslachtigs | partitive, positive | neerslachtig |
| neerslachtigst | uninflected, superlative | neerslachtig |
| neerslachtigste | inflected, superlative | neerslachtig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neerslachtig zijn vastgelegd.